Wat is arbeidskorting?
Arbeidskorting is een heffingskorting: een korting op de belasting die je verschuldigd bent, niet op je inkomen zelf. Je krijgt de arbeidskorting als je inkomen hebt uit "tegenwoordige arbeid" — dus loon uit een dienstbetrekking, winst uit onderneming of resultaat uit overige werkzaamheden. De bedoeling van de regeling is simpel: werken moet lonender zijn dan niet werken. Door de belasting op inkomen uit arbeid te verlagen, houd je netto meer over dan wanneer je datzelfde bedrag bijvoorbeeld uit een uitkering zou ontvangen.
Anders dan bijvoorbeeld de zelfstandigenaftrek is de arbeidskorting dus niet iets waar je specifiek als zzp'er recht op hebt — het is een algemene regeling die voor vrijwel iedereen met inkomen uit werk geldt, van de werknemer in loondienst tot de freelancer met een eigen onderneming. De Belastingdienst berekent de arbeidskorting automatisch bij je aangifte inkomstenbelasting, en werkgevers houden er bij loon al rekening mee via de loonheffing. Als zzp'er zie je de arbeidskorting dus pas terug in je (voorlopige) aanslag, niet op een loonstrook.
Maximum 2026: €5.712
In 2026 bedraagt de maximale arbeidskorting €5.712. Dat is een stijging ten opzichte van eerdere jaren: het kabinet verhoogt de arbeidskorting periodiek als onderdeel van het koopkrachtbeleid, vaak in combinatie met aanpassingen aan andere heffingskortingen en de belastingschijven. Voor werkenden met een inkomen in de buurt van het maximale bereik van de regeling betekent dit concreet: meer belastingvoordeel over hetzelfde inkomen dan in voorgaande jaren.
Belangrijk is dat €5.712 het absolute maximum is — niet een bedrag dat iedereen krijgt. Hoe veel arbeidskorting je daadwerkelijk ontvangt, hangt af van waar jouw inkomen zich bevindt binnen het traject dat de wet voorschrijft: bij een laag inkomen bouw je de korting nog op, rond het middeninkomen ontvang je het volledige maximum, en bij een hoger inkomen wordt de korting weer afgebouwd. Alleen wie in de juiste inkomensband valt, profiteert dus van het volle bedrag van €5.712.
Hoe wordt het berekend?
De arbeidskorting loopt op met je inkomen: hoe meer je verdient vanaf een laag inkomen, hoe hoger de korting wordt, tot je het maximumbedrag van €5.712 bereikt. Deze opbouw is met opzet zo vormgegeven dat werken vanaf het minimumloon al fiscaal aantrekkelijk is — een klein extra inkomen levert in dit traject verhoudingsgewijs veel belastingvoordeel op. Het exacte opbouwtraject, met de percentages en schijfgrenzen die de Belastingdienst hiervoor hanteert, wordt jaarlijks bij ministeriële regeling vastgesteld en verandert vrijwel elk jaar mee met de overige belastingparameters.
Voor de praktijk hoef je deze opbouw zelf niet uit te rekenen: de Belastingdienst past de arbeidskorting automatisch toe bij je aangifte inkomstenbelasting, op basis van je totale inkomen uit werk in dat jaar. Werkgevers doen hetzelfde via de loonheffingstabellen die de Belastingdienst jaarlijks publiceert. Wat voor jou als zzp'er vooral relevant is, zijn de twee uitersten van dat traject: het maximumbedrag van €5.712, en het inkomen waarboven de korting weer daalt. Dat laatste punt is waar de afbouw begint.
Afbouw boven €45.592
Zodra je inkomen boven €45.592 uitkomt, wordt de arbeidskorting geleidelijk weer afgebouwd. Concreet betekent dit dat elke euro die je boven deze grens verdient, voor een deel wordt "afgeroomd" van je arbeidskorting — je krijgt dus niet alleen belasting over dat extra inkomen, maar levert ook een stukje van je heffingskorting in. Dit mechanisme is vergelijkbaar met de afbouw die je ook kent van bijvoorbeeld de algemene heffingskorting, en zorgt ervoor dat de arbeidskorting per saldo vooral een voordeel is voor lage en middeninkomens.
De afbouw loopt door tot de arbeidskorting op €0 uitkomt, wat bij een inkomen van circa €132.920 het geval is. Boven dit inkomen ontvang je dus helemaal geen arbeidskorting meer. Voor zzp'ers met een hogere winst is dit een relevant gegeven bij het inschatten van je netto resultaat: naarmate je winst verder boven de €45.592 uitstijgt, moet je er rekening mee houden dat een deel van het belastingvoordeel dat je bij een lagere winst nog wél had, wegvalt — bovenop het feit dat een groter deel van je winst al in een hogere belastingschijf valt.
e-Boekhouden.nl
Boekhouding regelen?
e-Boekhouden is 15 maanden gratis voor startende zzp'ers. Inclusief BTW-aangifte en facturatie.
Claim gratis account →
Verschil arbeidskorting werknemers vs ZZP
Een veelgehoorde misvatting is dat de arbeidskorting voor zzp'ers anders zou werken dan voor werknemers. Dat is niet zo: de berekening van de arbeidskorting zelf is voor beide groepen identiek. De regeling kijkt naar je inkomen uit werk in het algemeen — of dat nu loon uit een dienstbetrekking is of winst uit onderneming maakt voor de hoogte van de arbeidskorting geen verschil. Er bestaat geen aparte arbeidskortingtabel voor zelfstandigen en geen extra voorwaarde zoals het urencriterium dat wél geldt voor de zelfstandigenaftrek.
Wat wél verschilt, is de bredere context waarin de arbeidskorting voor een zzp'er uitpakt. Als zelfstandige bouw je namelijk óók de zelfstandigenaftrek en de MKB-winstvrijstelling op — twee regelingen die je belastbare winst al verlagen vóórdat de arbeidskorting in beeld komt. Voor een werknemer met hetzelfde brutoloon gelden deze aftrekposten niet, waardoor het belastbare inkomen van een werknemer bij een gelijk bruto-inkomen doorgaans hoger uitvalt dan de belastbare winst van een zzp'er. En omdat de arbeidskorting reageert op je (belastbare) inkomen, kan dit ertoe leiden dat een zzp'er met een iets lagere winst toch al in de afbouwzone van de arbeidskorting terechtkomt, of juist net niet — afhankelijk van hoe zwaar de andere ondernemersregelingen bij die winst wegen. Het verschil zit dus niet in de arbeidskorting zelf, maar in het inkomensplaatje waar die arbeidskorting overheen wordt gelegd.
Rekenvoorbeeld
Stel je hebt als zzp'er in 2026 een winst uit onderneming van €40.000, en je voldoet aan het urencriterium zodat je de volledige zelfstandigenaftrek van €1.200 mag toepassen. Eerst bereken je de belastbare winst: €40.000 − €1.200 (zelfstandigenaftrek) = €38.800. Daarop past de Belastingdienst de MKB-winstvrijstelling van 12,70% toe: 12,70% × €38.800 = €4.927,60. De belastbare winst komt daarmee uit op €38.800 − €4.927,60 = €33.872,40.
Dit bedrag valt volledig binnen de eerste box 1-schijf, die tot €38.883 loopt tegen 35,75%. De verschuldigde inkomstenbelasting vóór heffingskortingen is dus 35,75% × €33.872,40 ≈ €12.109. Zonder heffingskortingen zou het effectieve belastingtarief over je oorspronkelijke winst van €40.000 dan neerkomen op 12.109 / 40.000 ≈ 30,3%.
Met een winst van €40.000 zit je ruim onder de afbouwgrens van €45.592, dus reken je in dit voorbeeld met het maximumbedrag aan arbeidskorting van €5.712. Trek je dat af van de verschuldigde belasting, dan kom je uit op €12.109 − €5.712 = €6.397 te betalen belasting. Het effectieve tarief over je winst daalt daarmee naar 6.397 / 40.000 ≈ 16,0% — een verschil van ruim 14 procentpunt, alleen al dankzij de arbeidskorting. Tel je daar ook nog de algemene heffingskorting bij op, dan daalt je werkelijke belastingdruk in de praktijk nog verder. Dit voorbeeld laat vooral zien hoe groot de invloed van heffingskortingen is op je uiteindelijke belastingdruk, los van het marginale tarief dat op papier op je winst van toepassing lijkt.
Bereken je heffingskortingen →
Veelgestelde vragen
Wat is arbeidskorting?
Arbeidskorting is een heffingskorting voor iedereen met inkomen uit tegenwoordige arbeid, bedoeld om werken lonend te maken.
Wat is het maximale bedrag arbeidskorting in 2026?
Het maximum is €5.712 in 2026.
Vanaf welk inkomen bouwt de arbeidskorting af?
Vanaf een inkomen van €45.592 bouwt de arbeidskorting af, tot deze bij een inkomen van circa €132.920 op nul uitkomt.
Is arbeidskorting voor zzp'ers hetzelfde als voor werknemers?
De berekening van de arbeidskorting zelf is gelijk voor werknemers en zelfstandigen, omdat deze afhankelijk is van je inkomen uit werk in het algemeen — niet van de vraag of je in loondienst bent of ondernemer.